Belastingplan 2027: wat verandert er voor ondernemers en investeerders?
Door: Jeroen Ter huurne – Algemeen Directeur
Op Prinsjesdag heeft het kabinet het Belastingplan 2027 gepresenteerd. Zoals ieder jaar bevat het pakket een groot aantal fiscale wijzigingen. Sommige zijn zeer specifiek, andere kunnen direct invloed hebben op investeringsbeslissingen, bedrijfsresultaten en de financieringsbehoefte van ondernemers.
Voor ondernemers én investeerders zijn er dit jaar een paar duidelijke veranderingen. Investeren in verduurzaming wordt aantrekkelijker, innovatieve bedrijven krijgen meer fiscale ruimte en de overdrachtsbelasting op woningen die niet als hoofdverblijf dienen gaat omlaag. Tegelijkertijd verdwijnen er ook voordelen, doordat verschillende ondernemersregelingen verder worden versoberd.
Ook voor particuliere investeerders is er relevant nieuws – of juist het ontbreken daarvan: het Belastingplan 2027 bevat geen nieuwe box 3-maatregel. Het huidige overgangsstelsel blijft daarmee voorlopig belangrijk, terwijl de overstap naar belastingheffing over werkelijk rendement nog steeds voor 2028 wordt beoogd.
Belangrijk: het gaat op dit moment om wetsvoorstellen. De Tweede en Eerste Kamer moeten deze nog behandelen en onderdelen kunnen dus nog wijzigen.
Meer fiscale ruimte voor verduurzaming
Een van de opvallende maatregelen voor ondernemers is de verruiming van de Energie-investeringsaftrek (EIA). De regeling is bedoeld voor ondernemers die investeren in aangewezen energiebesparende bedrijfsmiddelen en duurzame energie. Het kabinet stelt voor het aftrekpercentage in 2027 te verhogen van 40% naar 45,5%.
Voor ondernemers die toch al nadenken over bijvoorbeeld energiezuinige installaties of andere kwalificerende verduurzamingsmaatregelen kan dit de businesscase verbeteren. Dat is ook vanuit financieringsperspectief relevant. Een investering wordt immers niet alleen bepaald door de aanschafprijs, maar ook door subsidies, fiscale voordelen, energiebesparing en de toekomstige cashflow die de investering oplevert. Een hogere fiscale aftrek kan daardoor betekenen dat een verduurzamingsinvestering eerder haalbaar wordt.
Voor ondernemers die een investering willen financieren geldt daarom steeds meer: kijk niet alleen naar de financiering zelf, maar naar de totale businesscase inclusief fiscale regelingen.
Innovatie wordt aantrekkelijker voor het mkb
Ook innovatieve ondernemingen krijgen meer ruimte. Binnen de innovatiebox, een fiscale regeling van de Belastingdienst waarmee bedrijven minder vennootschap betalen over de winst die zij behalen met eigen innovatieve activiteiten, bestaat voor het mkb een forfaitaire regeling. Het plafond daarvan wordt volgens het voorstel verhoogd van €25.000 naar €100.000. Daarmee kan voor een groter bedrag aan kwalificerende innovatieve winst gebruik worden gemaakt van deze regeling.
Voor innovatieve mkb-bedrijven kan dat interessant zijn. Een lagere effectieve belastingdruk op kwalificerende innovatiewinst kan ervoor zorgen dat meer geld binnen de onderneming beschikbaar blijft voor verdere ontwikkeling en groei.
Juist bij snelgroeiende ondernemingen zien we dat financieringsvraagstukken zelden op zichzelf staan. Investeringen in personeel, technologie, productontwikkeling en commerciële groei lopen vaak tegelijkertijd. Fiscale regelingen kunnen dan onderdeel zijn van de financiële ruimte waarmee een ondernemer zijn plannen realiseert.
Daarnaast komt er een aparte regeling voor start-ups en scale-ups waarbij aandelenopties voor werknemers fiscaal aantrekkelijker moeten worden. De belastingheffing wordt daarbij uitgesteld tot uiterlijk het moment van verkoop en de voorgestelde belastinggrondslag wordt beperkt. Het doel is start-ups en scale-ups meer mogelijkheden te geven om medewerkers via aandelenopties aan zich te binden.
Startende ondernemer krijgt minder fiscale aftrek
Voor startende IB-ondernemers beweegt het beleid juist de andere kant op. De startersaftrek wordt in 2027 vrijwel volledig afgebouwd: van €2.123 naar €10. Vanaf 2028 moet de regeling helemaal verdwijnen. Ook de willekeurige afschrijving voor starters staat volgens de plannen vanaf 2028 op de nominatie om te verdwijnen. Voor startende zelfstandigen kan dat betekenen dat het belastbare inkomen hoger uitvalt en daarmee minder nettoresultaat beschikbaar blijft.
Dat lijkt op papier vooral een fiscale wijziging, maar kan ook gevolgen hebben voor financieringsplannen. Bij het bepalen van wat een onderneming financieel kan dragen, zijn uiteindelijk niet alleen omzet en bedrijfsresultaat van belang, maar ook de kasstromen die na belastingen, investeringen en privéonttrekkingen beschikbaar blijven.
Voor starters wordt het daarom nog belangrijker om bij het maken van prognoses niet automatisch uit te gaan van fiscale voordelen uit het verleden.
Lagere overdrachtsbelasting bij aankoop van een woning voor verhuur
Een verandering die voor een deel van de ondernemers en vastgoedinvesteerders direct financieel merkbaar kan zijn, is de voorgestelde verlaging van de overdrachtsbelasting.
Voor woningen die niet als hoofdverblijf worden gebruikt, wordt het tarief volgens het voorstel per 2027 verlaagd van 8% naar 7%. Het kabinet wil daarmee het investeringsklimaat voor huurwoningen verbeteren. Bij een aankoop van bijvoorbeeld €500.000 betekent één procentpunt minder overdrachtsbelasting een verschil van €5.000 in de aankoopkosten. Dat kan invloed hebben op de haalbaarheid en benodigde financiering van een vastgoedtransactie.
Tegelijkertijd blijft natuurlijk gelden dat een lagere overdrachtsbelasting slechts één onderdeel van de totale businesscase is. Huurinkomsten, financieringslasten, onderhoud, regelgeving, waardeontwikkeling en beschikbare zekerheden blijven minstens zo belangrijk. Voor ondernemers en vastgoedinvesteerders is het daarom verstandig om een investering integraal te beoordelen en niet uitsluitend naar één fiscale wijziging te kijken.
En box 3? In 2027 nog geen grote omslag
Voor particuliere investeerders is box 3 waarschijnlijk het meest relevante fiscale onderwerp. Opvallend aan het Belastingplan 2027 is dat daarin geen nieuwe box 3-maatregel is opgenomen. Het kabinet geeft aan dat het op dit moment niet lukt om voor aanvullende wijzigingen voldoende politiek draagvlak te vinden.
Het huidige stelsel blijft daardoor voorlopig relevant. Daarin wordt in eerste instantie gerekend met forfaitaire rendementen, maar belastingplichtigen kunnen onder voorwaarden hun werkelijke rendement doorgeven wanneer dat lager is. De Belastingdienst gebruikt dan de voor de belastingplichtige gunstigste berekening. Dat is ook relevant voor particuliere investeerders via crowdfunding. Geld dat rechtstreeks wordt uitgeleend, geldt fiscaal in beginsel als een vordering en behoort in box 3 tot de bezittingen.
Juist voor beleggingen en leningen waarbij het daadwerkelijke rendement kan afwijken van het forfaitaire rendement, bijvoorbeeld door betalingsachterstanden of afboekingen, is het daarom belangrijk goed inzicht te hebben in het daadwerkelijk gerealiseerde rendement. De voorgenomen grote verandering ligt een jaar verder. Het kabinet streeft nog steeds naar invoering van een nieuw box 3-stelsel op basis van werkelijk rendement per 1 januari 2028. Het betreffende wetsvoorstel is door de Tweede Kamer aangenomen, maar moet nog verder worden behandeld.
Voor investeerders blijft box 3 daarmee een onderwerp om nauwgezet te volgen.
Hogere werkgeverslasten verdienen aandacht
Een andere wijziging die voor veel ondernemers minder zichtbaar is, maar wel invloed kan hebben op de bedrijfsvoering, betreft de werkgeverslasten. Het kabinet wil bedrijven laten bijdragen aan de zogenoemde vrijheidsbijdrage door de premie voor het Arbeidsongeschiktheidsfonds (Aof) te verhogen. Daarmee moet in 2027 ongeveer €1,5 miljard extra worden opgehaald. De daadwerkelijke premiepercentages worden afzonderlijk vastgesteld. Voor werkgevers kan dit leiden tot hogere personeelskosten.
Dat is relevant bij het maken van begrotingen voor 2027, zeker voor arbeidsintensieve ondernemingen. Hogere structurele kosten hebben uiteindelijk invloed op marges, kasstromen en daarmee ook op de ruimte voor investeringen en financieringslasten.
Fiscale veranderingen kunnen ook financieringsvragen veranderen
Los van iedere afzonderlijke maatregel zien we in het Belastingplan 2027 vooral hoe nauw fiscaliteit, investeren en financieren met elkaar verbonden zijn. Een hogere investeringsaftrek kan een verduurzamingsproject aantrekkelijker maken. Een lagere overdrachtsbelasting kan de benodigde eigen inbreng bij een vastgoedtransactie beïnvloeden. Hogere werkgeverslasten kunnen juist druk zetten op de vrije kasstroom. En het verdwijnen van fiscale aftrekposten kan bij startende ondernemers gevolgen hebben voor hun netto financiële positie.
Daarom is het belangrijk om bij grotere investeringsbeslissingen verschillende vragen gezamenlijk te bekijken:
- Wat kost de investering daadwerkelijk?
- Welke fiscale regelingen of aftrekposten zijn van toepassing?
- Hoeveel eigen middelen zijn beschikbaar?
- Welke kasstroom levert de investering op?
- Welke financieringslast kan de onderneming dragen?
- En welke financiële ruimte blijft daarna over voor toekomstige plannen?
Financiering staat zelden op zichzelf.
Wat betekent het Belastingplan 2027 voor klanten van Collin?
- Voor ondernemers en leningnemers zien we vooral kansen rond verduurzaming en innovatie, terwijl startende IB-ondernemers en werkgevers rekening moeten houden met mogelijke lastenverzwaringen.
- Voor vastgoedondernemers en -investeerders kan de verlaging van de overdrachtsbelasting bij woningen die niet als hoofdverblijf dienen de aankoopkosten vanaf 2027 verlagen.
- Voor particuliere investeerders verandert er vanuit dit Belastingplan niet direct iets fundamenteels aan box 3. Wel blijft het verschil tussen forfaitair en werkelijk rendement een belangrijk aandachtspunt en komt de beoogde overgang naar een nieuw stelsel per 2028 steeds dichterbij.
De rode draad is daarmee misschien wel dat fiscale veranderingen steeds nadrukkelijker onderdeel zijn van zowel de investerings- als de financieringsbeslissing.
Wie vooruitkijkt naar 2027 doet er daarom goed aan niet alleen naar rente, rendement of aanschafprijs te kijken, maar naar het volledige financiële plaatje.
De maatregelen in het Belastingplan 2027 zijn voorstellen en zijn op het moment van schrijven nog niet definitief. De fiscale gevolgen verschillen per persoonlijke of zakelijke situatie. Raadpleeg bij twijfel een fiscaal adviseur.
